0
11

Blog / Halve triatlon Brasschaat 2016

'Jeroen, jij bent overduidelijk een man van het halve werk!'. Ik had het mijn chef nooit aangegeven, maar blijkbaar is hij een notoir sportkenner. Een schouderklopje doet altijd deugd en zodoende stond ik vol vertrouwen aan de start van de halve triatlon van Brasschaat. Een start die overigens om veiligheidsredenen met 40 minuten werd uitgesteld omwille van fel onweer, vergezeld van het betere bliksem- en donderwerk. Het regende pijpenstelen.
 
Over het zwemmen zelf valt weinig te melden. Ik kan enkel vaststellen dat mijn zwemniveau sinds ik in 2010 met triatlon startte langzaam maar zeker vooruit blijft gaan. De 1.900m zat erop in minder dan een half uur. Zeer tevreden.
 
Mijn tijdrithelm ligt om snelheidsredenen omgekeerd op me te wachten in de wisselzone. Maar als je er eerst een halve liter regenwater uit moet verwijderen, blijft er van dit voordeel niet veel meer over. En toch ook nog even de kousjes uitwringen vooraleer ik deze rond de voeten trok. Belgisch schijtweer, breek me de bek niet open. 2 weken terug vertoefde ik een week in de Franse Alpen, voor onze traditionele fietsvakantie. Benieuwd of ik al dan niet voldoende hersteld was van al dat klauterwerk.
 
De eerste kilometers gingen traditiegetrouw niet super, maar al gauw kreeg ik in het snotje dat er een stevig fietsnummer in de maak was. En dit ondanks de regenbuien en stevige wind die ons gedurende 93km zouden vergezellen. De eerste grote ronde kon ik rekenen op een gangmaker, uiteraard met de vereiste 10m tussenafstand. Tussendoor werden we sporadisch wel gepasseerd door enkele superfietsers van wie het tempo net iets te hoog lag om aan te pikken, maar globaal gezien maakte ik meer plekken goed dan dat ik er verloor. Bij het ingaan van de laatste 2 kleine ronden (samen nog goed voor 43km), bleek echter dat bij mijn kompaan het beste eraf was, hij parkeerde compleet. Plotsklaps stond ik er helemaal alleen voor, maar ik zag het wel zitten! Het tempo bleef hoog en mijn tijdritfietsje kreunde onder al het geweld dat ik ontwikkelde (*). Toch moest ook ik op de lange stukken tegenwind (en klote betonbaan!) goed op de tanden bijten en mezelf wat moed in praten. Aan de Brasschaatse toeschouwers die die eenzaat "Komaan motherfucker!!!" tegen zichzelf hoorde schreeuwen, dat was ik!
 
Op het einde van de fietsproef werd ik ook nog getrakteerd op enkele adrenalinestoten en een licht geschaafde rechterschouder. Dit toen een wedstrijdwagen, die ik aan het inhalen was, plotsklaps besloot om links af te slaan om een oprit op te rijden en me zodoende mee nam tot op het voetpad aan de andere kant van de weg. De chauffeur kwam ervan af met enkele verwensingen (niet enkel van mij, maar ook van de talrijke toeschouwers), veel tijd om een koppeltje muilperen te verkopen had ik immers niet.
 
In de wisselzone bleek echter reeds dat de sterke fietsproef (38,3km/u gemiddeld!) de nodige krachten had gekost. Het aantrekken van mijn loopgympies ging een pak moeilijker dan normaal en ik moest in tussentijd een drietal keer de rug hollen om opkomende krampen in de buikspieren teniet te doen. Het vet was dus van de soep en ook de eerste honderden meters maakten overduidelijk dat ik niet al te fris meer voor de dag kwam. De gedachte dat je dan nog ongeveer anderhalf uur zwaar aan de bak moet, maakt op zulke momenten een mens niet echt gelukkig.
 
De eerste van vier ronden doorheen het Brasschaats gemeentepark waren vooral eenzaam. Weinig toeschouwers (wel velen aan de finish) en ook weinig medelopers (ik zat blijkbaar eerder vooraan in de wedstrijd). Ik haalde niemand in, maar werd ook niet ingehaald. Mentaal niet makkelijk. Vele stukken van het parcours waren onverhard en zouden door de hevige regenval van de laatste weken niet misstaan in een veldcross. Het was dus hard werken. Ook mijn GPS liet het afweten, wellicht door de vele bomen langsheen het parcours. Hoe snel (of traag) ik liep, geen idee. Bij het ingaan van de tweede ronde naaide de koploper me een ronde aan het been. Hij flitste me echter niet voorbij, en ik kreeg er wel vertrouwen in dat ook ik een degelijke loopproef aan het neerzetten was. Ondanks het gevoel dat het energiepeil in dalende trend bleef gaan.
 
De mountainbiker, die de koploper vergezelde, maakte me er trouwens attent op dat ik mijn nummer tijdens de loopproef vooraan diende te dragen. Ik neem je niets kwalijk jongeman, het was jouw job, maar al het je me gevraagd om mijn nummer enkele keren dubbel te plooien en in mijn aars op te bergen, ik had er nog niet wakker van gelegen. Het enige waar ik op dat moment mee bezig was, was de finish halen zonder er het loodje bij neer te leggen. Ieder zijn prioriteiten, me dunkt.
 
Na 4u22m overschreed ik de eindstreep, waarna ik enkele minuten languit op het natte gras ging liggen. Plotsklaps had ik veel zin om te beginnen bleiten, toch wel een beetje een vreemd gevoel. En ondanks het feit dat ik uitermate tevreden was met de geleverde prestatie, was het niet omwille van geluk. Ik vermoed dat het waarschuwingslampje van mijn brandstoftank al iets te lang aan het knipperen was.
 
Maar ook harde noten moeten gekraakt worden.
 
Sportieve groeten,
Jeroen
 
(*) "You wish, sissy boy!". Aldus mijn Cervelo P3, bij het nalezen van mijn verslagje.


  • Nog geen reacties beschikbaar