+9
12

Blog / Den halven van Damme 2015

In mijn niet aflatende zoektocht naar eeuwige roem, eer, een inbox vol fanmail en met bloemtuilen bezaaide oprit, besloot ik me in te schrijven voor den halven van Damme. De afsluiter van mijn triatlonseizoen en meteen ook mijn laatste digitale pennentrekken die je in 2015 te verwerken krijgt.

Ik hanteer vrij strenge regels omtrent toetreding tot mijn, voorlopig niet uit zijn voegen barstende, fanclub. Een van de voordelen hiervan is dat ik voor de wedstrijd alle leden persoonlijk kan gaan oppikken en plaats kan laten nemen op de passagiersstoel van mijn wagentje. Bedankt papa, om er weer bij te zijn. Samen richting Damme, waar ik aan de inschrijvingstafel reeds mijn finisher T-shirt overhandigd kreeg. Even kwam ik in de verleiding om meteen huiswaarts te keren met dit kleinood, maar als ik dan één van de komende weken ergens met het rondom torso gedrapeerde T-shirt aan het stoefen ben, zal je het altijd zien dat er eentje moet informeren naar de details van de wedstrijd. Daar sta je dan voor aap. Geen risico's dus en hop naar de zwemstart.

Het weer op weg naar die start was werkelijk top. De zuurstof viel zoetjes aan uit de lucht en de kans op oververhitting tijdens de wedstrijd bleek nihil. Gezien er een kleine 400 triatleten te water moest worden gelaten, gebeurde het starten in 5 waves, telkens met 5 minuten tussenpoos. Ik startte in wave 4. Het zwemwater was met 15,9°C behoorlijk frisjes te noemen, maar dit had buiten wat koude voeten en klamme handjes geen impact op de prestatie. De eerste 500m zwom ik in de voeten van 2 tempomakers, maar zij waren iets te voortvarend van start gegaan waardoor ik er voor de rest van de zwemproef alleen voor stond. Niet getreurd, als je je eigen tempo nastreeft is de kans op ontploffing relatief beperkt. Tegen het einde van het zwemmen begon ik al behoorlijk diep door te dringen in de voorgaande wave, van wie menigeen duidelijk meer van de Damse fauna en flora aan het genieten was dan ik. Dat genieten was er op dat moment immers voor mezelf niet echt bij, daar kom ik later wel eens voor terug. Als ik wijs en verstandig ben.

Mijn eerste wissel kostte behoorlijk wat tijd. Ik zou kunnen opperen dat dit was om mijn blonde manen deftig onder mijn tijdrithelm op te bergen (aero voor alles!), maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik toch wat met het swimsuit aan het klooien was en ik ook wat duizeligheid ervoer van het zwemnummer. Maar eens op de fiets vond ik al snel een goed tempo. Op bepaalde stukken van de 30km tellende ronde (3x af te leggen) over dijken en doorheen velden haalde ik met de vingers in de neus 45km/u. "Wat een blageur!" hoor ik sommigen al luidop denken, of "Er stond dan ook ongelooflijk veel wind, klojo!" volgens anderen. Op beiden valt weinig af te dingen.

Tegen halverwege de fietsproef was ik dan ook helemaal één geworden met mijn tijdritraket. Met uitzondering van mijn balzakje dat, geklemd tussen berijder en zadel, zoals vanouds afstotingsverschijnselen vertoonde. Bij elke oneffenheid in het wegdek vond hij het nodig om me te laten weten dat er ook door hem uitgekeken wordt naar de nakende winterstop. De klootzak! Doch afgezien van 2 fietsspecialisten uit de laatste waves werd ik door niemand bijgebeend en was het louter plaatsen goed maken. De eerste van die 2, Kurt Wittemans, kreeg trouwens de inhoud van mijn linker neusvleugel over zich heen bij de passage. Uiteraard onbewust, ik had niet verwacht ingehaald te worden. Ook ik maak me soms schuldig aan een beetje zelfoverschatting. Hiervoor excuseerde ik me trouwens zoals het hoort. Een keertje onmiddellijk na de feiten en later ook nogmaals tijdens het lopen, waarin ik deze keer het genoegen had de specialist van dienst te zijn.

Ten opzichte van Deinze reed ik een tikkeltje gereserveerder, waardoor ik bij de start van het lopen onmiddellijk aanvoelde dat er nog een meer dan degelijke halve marathon uit het lichaam kon geperst worden. Het eerste kwart van de tot 17,70km ingekorte loopproef (modderpoelen op sommige delen van het parcours...), startte ik in de voetsporen van Ruben Martens, de 2e fietsspecialist die me in ronde 3 te grazen nam en tevens uitstekend loper. Hij hield er een zeer mooi tempo op na. Het tweede kwart deed ik mijn duit in het zakje door de kop te nemen, nadien scheidden onze wegen en stond ik er alleen voor, Ruben moest de rol lossen. Maar ik slaagde er wel in om het tempo hoog te houden. Tegen het einde van de wedstrijd kreeg ik het uiteraard ook wel wat lastig. Op een bepaald ogenblik had ik zelfs de indruk dat mijn longen zich via de keelholte een weg naar buiten wilden banen om er zich eigenhandig van te vergewissen dat er geen meute Bengaalse tijgers achter me aan zat, dan wel of er weer iets loos was in de hersenpan. Mijn brein en longen, het zijn niet altijd beste maatjes. Op dergelijke momenten vraag je je af of het niet verstandiger is om er gewoonweg de brui aan te geven. Maar laat ons eerlijk zijn, zou jij dan nog bloemen bezorgen?

Dat dacht ik ook.

Sportieve groeten,
Jeroen



  • De Laere Gregory · 3 jaar geleden

    Het balzakje... Het enige probleem dat niet door extra te trainen kan verholpen worden!